Korte
historie van Pierlala
In de 20-er jaren hebben Arie Grommé
en zijn vrouw Johanna Grommé-Pastoor de kast en de poppen
gemaakt. Nu zet hun kleinzoon Koos Koopmans deze traditie voort.
Op
onze zolder stond een oude kist
Op onze zolder stond een oude kist en een
stapel planken en doeken. In het verleden was dit de poppenkast van
mijn grootvader Arie Grommé die hij gedurende vele jaren in het begin
van de 20e eeuw gemaakt had, samen met zijn vrouw Johanna Woutera Grommé-Pastoor.
De kast, de poppen, de attributen, de decors, de verhalen, alles werd
na werktijd op de grote tafel in de kamer bedacht, geschreven, genaaid,
met de hand geboord, geschilderd met olieverf.
Radio bestond nog amper, televisie nog lang niet en een poppenkast was
een formidabel bezit en een prachtig armeluistheater. Mijn oma en opa
traden er regelmatig mee op, voor schoolkinderen, voor de buurt, voor
de personeelsvereniging, of in hun achtertuin op de Graanstraat in betondorp Amsterdam.
Toen zij oud en moeilijk ter been werden verhuisde de kast naar de zolder
van mijn ouders.
Met
groot ontzag voor de artistieke en historische kwaliteit werd op verjaardagsfeesten
voor ons kinderen nog wel jaarlijks gespeeld met "DE POPPENKAST" zoals
we hem met hoofdletters noemden. We hadden altijd enorme voorpret; het
opbouwen van de kast duurde ook altijd urenlang, verhalen werden ter plekke verzonnen, en dan
die onmiskenbare geur van de poppen als de koffers
opengingen, en daarna dan eindelijk de adembenemend spannende voorstelling
waarvoor alle buurtkinderen uitgenodigd waren.Poppenkast
in de 21e eeuw
In de
21 eeuw, tachtig jaar na het ontstaan van de kast heeft Koos Koopmans,
de kleinzoon van Arie Grommé de kast hersteld, een makkelijk te onthouden
naam gegeven (Pierlala) de decors bijgewerkt, nieuwe decors en poppen
toegevoegd, nieuwe verhalen geschreven, en geheel in de stroom van de
moderne tijd op een website gezet. (www.pierlala.nl)
Er wordt nu weer met de kast gespeeld met grote waardering van het publiek
dat meestal uit kleine televisieslaafjes van deze tijd bestaat. Men
zou denken dat de kinderen van nu wel wat bewegende figuurtjes gewend
zijn, maar toch is de interactiviteit van een poppenkast onovertroffen.
Je kunt tegen een TV nog zo hard gillen maar de poppetjes horen of zien
je niet en zullen hun gedrag niet aan de kinderen aanpassen.
Nee, dan Jan Klaassen, die leuke, luie, brutale, overenthousiaste, goudeerlijke
pop! Wil je dat hij naar links gaat dan gaat hij naar rechts! Als je
roept dat hij wakker moet worden snurkt hij nog harder door, als die
imposante agent hem een boete geeft durft Jan zomaar de politiepet in
het kinderpubliek te gooien. En als je vraagt om een geheim te bewaren
dan... dan... Maar je moet hem ook wel een beetje helpen met zijn gevaarlijke
opdrachten!
Zodoende kan elk verhaal goed aflopen en de beloning voor de kinderen
is dat Jan altijd een vriend van de kinderen zal blijven.